<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><!-- generator="wordpress.com" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>ontdekkingsreis &amp;laquo; WordPress.com Tag Feed</title>
	<link>http://wordpress.com/tag/ontdekkingsreis/</link>
	<description>Feed of posts on WordPress.com tagged "ontdekkingsreis"</description>
	<pubDate>Wed, 20 Aug 2008 15:53:48 +0000</pubDate>

	<generator>http://wordpress.com/tags/</generator>
	<language>en</language>

<item>
<title><![CDATA[Mads ontdekt de wereld.]]></title>
<link>http://creaclubben.wordpress.com/?p=207</link>
<pubDate>Sun, 01 Jun 2008 17:50:42 +0000</pubDate>
<dc:creator>boeski</dc:creator>
<guid>http://creaclubben.wordpress.com/?p=207</guid>
<description><![CDATA[
&gt;&gt; Boeski

]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://creaclubben.wordpress.com/files/2008/05/img_0244b.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-206" src="http://creaclubben.wordpress.com/files/2008/05/img_0244b.jpg?w=300" alt="" width="300" height="200" /></a></p>
<p><span style="color:#800080;">&#62;&#62; Boeski</span></p>
<p><a href="http://creaclubben.wordpress.com/files/2008/05/img_0245b.jpg"></a><a href="http://creaclubben.wordpress.com/files/2008/05/img_0246b.jpg"></a></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[De doorbraak]]></title>
<link>http://mythologie.wordpress.com/?p=129</link>
<pubDate>Sun, 20 Apr 2008 11:34:05 +0000</pubDate>
<dc:creator>politiek</dc:creator>
<guid>http://mythologie.wordpress.com/?p=129</guid>
<description><![CDATA[
Gemakkelijk ging het niet. De Anth&#8217; vorderden maar langzaam langs de helling die dan weer een]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align:center;"><img style="vertical-align:top;" src="http://www.wilvanvalen.nl/SCHILDERIJEN/Ontmoeting.JPG" alt="ontmoeting" width="490" height="365" /></p>
<p style="text-align:center;">Gemakkelijk ging het niet. De Anth' vorderden maar langzaam langs de helling die dan weer eens steiler werd en dan weer wat vlakker. Het lopen ging moeizaam omdat ze allemaal één voet laag en één voet hoog moesten zetten. Kalam en Tugor speurden inmiddels de rand van de helling af om te zien of de vreemde mannen, de vogelgrijpers, zich vertoonden. Waarschijnlijk hadden zij de Anth' niet waargenomen want het bleef bovenaan de helling stil en leeg. Daarom besloot Kalam dat ze naarboven moesten klimmen op een plaats waar de helling minder steil was. Er scheen geen gevaar te dreigen.</p>
<p style="text-align:center;">De grond had hier een soort geul gevormd, misschien doordat er van tijd tot tijd water doorstroomde. Nu zag Kalam ook dat de wezens zoals nagelvallen, die ze "ba'em" hadden  genaamd ook onder de grond nog staken hadden. Ze staken bij de geul zo nu en dan naarbuiten en Kalam en de zijnen moesten uitkijken er niet over te vallen. "Ba'em" was het woord dat de Anth' gaven aan onverzettelijkheid, onbewegelijkheid en de nagelvallen, oorvallen en andere wezens bleken onverzettelijk te zijn. Ze bewogen alleen met de wind mee.</p>
<p style="text-align:center;">De klimtocht naarboven viel nog niet mee. In de geul ging de helling soms heel steil omhoog en dan moesten de mannen en vrouwen de staken van de ba'em gebruiken om zich vast te houden. Soms pakten ze zich ook vast aan grote brokken blauw ijs. De brokken voelden niet koud maar van tijd tot tijd zelfs warm aan en Oedar begon dan ook te begrijpen dat zijn twijfels altijd terecht waren geweest. Blauw ijs was geen ijs, het was géén bevroren water al was het wel net zo hard.</p>
<p style="text-align:center;">Kalam en Tugor kwamen als eersten boven aan de rand van de helling en keken om zich heen. Na'Anth voegde zich zo snel mogelijk bij hen en even later volgde Oedar. De overigen klommen op hun gemak naar boven. Kalam wees in de richting waar vandaan ze gekomen waren en daar zagen zij hoe de nevel die ze al eerder bij de vogelgrijpers hadden gezien nog steeds omhoog kringelde. Ze zagen ook hoe de mannen heen en weer liepen en een enkele keer bereikte een flard van hun geschreeuw hen. Het waren harde, felle keelklanken. Heel anders dan de geluiden die de Anth' zelf altijd voortbrachten en die zacht maar kort klonken. De vogelgrijpers schreeuwden ook veel meer tegen elkaar, hele verhalen leken ze te houden terwijl de Anth' meestal zwijgzaam waren.</p>
<p style="text-align:center;">Kalam besefte dat zij de vogelgrijpers konden zien maar dat het omgekeerde ook het geval zou zijn. het verschil was dat de vogelgrijpers zich nog helemaal niet bewust waren van de aanwezigheid van de Anth'. Zij meenden onbespied en eenzaam in het landschap te zitten maar op een goed moment zouden zij toch iets van de nieuwkomers opmerken. Dan moesten hij en zijn kameraden daarop voorbereid zijn. Tugor was inmiddels een klein eindje naar beneden gelopen om te kijken of de laatsten ook al bijna klaar waren met hun tocht naar boven. Daar begon het nu naar uit te zien. De wagarden deden de laatste stappen. Ondertussen maakte Kalam zich ook zorgen over iets anders. De vrouwen waren in druk gesprek met elkaar en met Oedar. Er was opwinding in de groep vrouwen en A'akanes gezicht toonde verrassing en bezorgdheid. Kalam wenkte haar maar zij schudde haar hoofd. Om één of andere reden kon zij de groep vrouwen nog niet verlaten. </p>
<p style="text-align:center;">Het viel Kalam meer dan anders op hoe mooi ze was. Haar brede gezicht, sterk gevormde lippen en neus en haar felle ogen verhevigden zijn verlangen. Maar wat was er anders dan vroeger? Waarom zag A'akane er nu zoveel aantrekkelijker uit dan eerder? Kalam keek scherper naar haar en langzaamaan brak er een brede grijns op zijn gezicht door. Dat hij het nu pas zag! A'akane had haar dikke, bonten muts afgedaan en haar lange, blonde haar hing in dikke lokken naar beneden. Het maakte haar prachtig en accentueerde haar kracht en haar kwetsbaarheid tegelijkertijd. Het kostte Kalam moiete om te blijven waar hij was maar plotseling zag hij hoe A'akane zich losmaakte uit de groep vrouwen en naar hem toe kwam. Ze glimlachte breed maar onder die glimlach ontdekte Kalam toch een zorg</p>
<p style="text-align:center;">"Mooier kan het niet zijn en ook niet moeilijker", zei ze langzaam. "Een heel stel vrouwen is zwanger. Dat betekent dat we veel nieuw plezier krijgen maar ook dat de tocht langzamer gaat verlopen. Trager en trager... "Ze keek Kalam onderzoekend aan. Kalam slikte en zweeg. Hiermee had hij geen rekening gehouden ook al wist hij dat het bij ed Anth' heel vaak zo was: heel veel vrouwen waren nog al eens tegelijkertijd zwanger en daarna gebeurde er weer een hele tijd niets. Hij had er niet aan gedacht omdat hij meende dat zoiets zich tijdens hun lange reis niet zou voordoen. Toch waren de gewoonten en tradities van de Anth' kennelijk sterker dan het inzicht in de noden. "Ik krijg een echt volk", hij probeerde zijn stem luchthartig te laten klinken. A'akane knikte. "Dat kun je wel zeggen maar kinderen betekent veel zorg en oponthoud." Kalam keek haar zwijgend aan met een vraag op de lippen maar A'akane begon te lachen. "Nee, Kalam, ik  weet maar al te goed hoe je dat moet tegengaan. Ik wist dat je het niet zou willen." Opnieuw slikte kalam en weer keek hij zwijgend voor zich uit. Ik wil het wel", zei hij na een tijdje. De woorden kwamen er langzaam maar krachtig uit. "Van jou."</p>
<p style="text-align:center;">Hij zag nog net hoe het gezicht van A'akane begon te stralen maar een geluid achter hem trok meteen daarna de aandacht. Gespannen keek hij in de richting van de krinkelende nevel. De vreemde mannen waren opgestaan en liepen druk heen en weer terwijl ze opgewonden schreeuwden. Hadden ze Kalam en zijn vrienden ontdekt? Snel keek hij nu naar de vrouwen en Oedar. Daar was de opwinding over de zwangerschap al weer een beetje voorbij al praatten de vrouwen wel heel druk met elkaar.</p>
<p style="text-align:center;">"Ik denk dat je het al gehoord hebt?"vroeg Oedar voorzichtig aan Kalam en die knikte langzaam. "Ja, we moeten de komende tijd extra goed op onze vrouwen passen. Zij moeten maar het tempo gaan bepalen", meende Kalam. "Ik wil ze niet meer inspanning laten doen dan nodig is."Oedar  knikte instemmend. "Ik denk dat je gelijk hebt en misschien moeten we ook wat vaker een echte rommer voor ze bouwen. Daarin kunnen we ze beter beschermen." Kalam bromde goedkeurend en keek ondertussen in de richting van de vogelgrijpers. "Maar op dit moment hebben we denk ik weer een heel ander probleem", zei hij langzaam. "Kijk eens...". Hij wees in de richting van de vreemde mannen. Een grote groep van hen kwam regelrecht op de Anth' af. "Ik denk dat ze kennis komen maken."</p>
<p style="text-align:center;">De vogelgrijpers liepen met stevige pas op de Anth' af. Ze leken zeker van hun zaak alsof ze in hun eigen jachtgebied waren en misschien was dat ook wel zo. Voorop liep de man die Kalam het eerste had gezien. Het viel hem nu op dat de man een korte mantel van dik bruin haar droeg en een lap om zijn benen die tot aan de knie rijkte. Daaronder staken twee zwartbehaarde en bruinig benen uit en aan zijn voeten had de man niet de stevige, bonten laarzen van de Anth'. Het schoeisel was meer gemaakt van dikke repen dierenhuid.</p>
<p style="text-align:center;">Plotseling stond de vogelgrijper stil. Nu viel ook de kleurige band op die hij om zijn haar had geknoopt en de twee glinsterende ringen in zijn oren. De man bleef stokstijf staan en wees met zijn hand naar de grond om vervolgens met zijn duim naar zijn borstbeen te wijzen. Kalam begreep het gebaar. De man liet hem weten dat de grond van hem was. Haast ongemerkt kwam er een stem in zijn hoofd die hem influisterde wat te doen en Kalam kon niet malaten flauw te glimlachen. Hij onderdrukte die glimlach snel omdat hij de ander niet wilde beledigen. Nu liet hij zijn hand rond gaan als of hij alle Anth' stuk voor stuk aanwees. Toen hij daarmee eenmaal klaar was, richtte zijzijn duim op zichzelf. Alsof hij zeggen wilde "ze zijn allemaal van mij". De vogelgrijper glimlachte nu ook en hij wees op de mannen en de loopvoeters om hem heen om vervolgens naar zichzelf te wijzen. Kalam kreeg het gevoel dat het niet meteen tot vechten zou komen ook al had hij de jagers gezegd hun pijl en boog bij de hand te houden. Hij wees nu op de lucht en daarna op zichzelf maar deze keer zag hij een verschrikte blik in de ogen van de vogelgrijpers komen. Zij haalden niet hun wapens tevoorschijn maar groepten onrustig bij elkaar. De leider van de groep boog diep en begon een dansje te maken. Kalam had willen aangeven dat hij van ver weg was gekomen en geen jachtgronden in de buurt had maar wat had de vogelgrijper begrepen? </p>
<p style="text-align:center;">De leider van de vogelgrijpers en zijn kameraden staken nu de koppen bij elkaar en zo nu en dan keken zij onrustig naar Kalam en zijn vrienden. Kalam riep Tugor en Na'Anth bij zich. "Houd ze goed in de gaten. ik denk dat ze mij niet goed hebben begrepen maar waarover we praten, weet ik niet.""We kunnen ze nu aanvallen, nu ze niet opletten", stelde Na'Anth voor maar daar piekerden Kalam en Tugor niet over. "Het is helemaal niet zeker dat ze kwaad in het zin hebben", meende Kalam. "Ik ga me niet als een lafgaard gedragen." Met een kwaad gezicht trok Na'Anth zich terug maar veel tijd om daarop te letten had Kalam niet.</p>
<p style="text-align:center;">De voorste vogelgrijper wenkte Kalam terwijl hij zelf een paar stappen vooruit deed. Daarna wees hij in verte waar ee grote groep be'am  bij elkaar stond. Hij wees op Kalam en op zichzelf en toen weer naar de plek met de be'am. "Ik denk dat hij wil dat we met hem meegaan", ried Tugor. Oedar keek bedenkelijk. "Maar waar naartoe? Hij is hier heer en meester, wij kennen het land en zijn gevaren niet." "ik heb toch gezegd dat we ze moesten aanvallen", riep Na'Anth daar overheen maar de anderen reageerden daar niet op. "Let maar op, straks maken ze ons stuk voor stuk af."</p>
<p style="text-align:center;">Kalam schudde zijn hoofd. "Ik zie geen kwaad in deze vogelgrijpers ook al gedragen ze zich anders en stoten ze walgelijke keelklanken uit. Ik denk dat we hen moeten volgen, misschien kunnen we er baat bij hebben. Misschien kunnen we bij hen zonnedieren krijgen. Als dat...  Een schreeuw die Kalam door merg en been ging riep een halt toe aan zijn woorden. Hij voelde hoe het bloed uit zijn gezicht wegtrok en draaide zich razendsnel op zijn hakken om. Daar dreef een zwarte rookwolk en daaronder waren de zonnedieren te zien, zonnedieren die probeerden Na'Anth te verscheuren. In een flits keek Kalam naar de vogelgrijpers die als versteend waren blijven staan.</p>
<p style="text-align:center;">Na'Anth'schreeuwde het uit. "Haal ze weg, haal ze weg", krijste hij maar de zonnedieren schenen  zich steeds steviger in zijn kleren en lijf vast te pakken. De Anth' schreeuwden en riepen en renden in het rond maar wisten niet wat te doen. Plotseling rende een groep vogelgrijpers op Na'Anth' af. Zij hadden in hun handen een paar zakken van dierenhuid en één daarvan keerden ze om boven Na'Anth's hoofd. Een stortbui aan water daalde over het hoofd van de jonge jager heen. Tugor wilde zijn knuppel grijpen om er op los te slaan en de vogelgrijpers te verjagen maar Kalam hield hem tegen.  Je kunt hem niet helpen....</p>
<p style="text-align:center;">De zonnedieren weken maar de kleren van Na'Anth waren kapot en zijn lichaam vertoonde zwarte plekken. Maar hij leefde nog en Kalam haalde opgelucht adem. "Wij volgen de vogelgrijpers",  besloot hij. "Zij kunnen de zonnedieren temmen en dat wil ik ook leren."</p>
<p style="text-align:center;"><a href="http://www.mythologie.wordpress.com">www.mythologie.wordpress.com</a></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>Service</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>In veel mythologieën is een aparte, belangrijke plaats ingericht voor het gezin. Bij Grieken Romeinen waren het de godinnen Hera en Juno die waakten over de huiselijke haard terwijl hun echtgenoten meer gevoel konden opbrengen voor Aphrodite eof venur, de godinnen van de zinnelijke liefde, de seks ook.</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><strong><em></em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.xs4all.nl/~tateoac/01kennismaking.html"><strong><em>www.xs4all.nl/~tateoac/01kennismaking.html</em></strong></a><strong><em> </em></strong></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.ontmoeting.nl"><strong><em>www.ontmoeting.nl</em></strong></a></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.histoforum.digischool.nl/middeleeuwen/ontdekkingen.htm"><strong><em>www.histoforum.digischool.nl/middeleeuwen/ontdekkingen.htm</em></strong></a><strong><em> </em></strong></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.ikbenopreis.nl"><strong><em>www.ikbenopreis.nl</em></strong></a></span></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span class="a"></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[De doorbraak]]></title>
<link>http://mythologie.wordpress.com/?p=129</link>
<pubDate>Sun, 20 Apr 2008 11:34:05 +0000</pubDate>
<dc:creator>politiek</dc:creator>
<guid>http://mythologie.wordpress.com/?p=129</guid>
<description><![CDATA[
Gemakkelijk ging het niet. De Anth&#8217; vorderden maar langzaam langs de helling die dan weer een]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align:center;"><img style="vertical-align:top;" src="http://www.wilvanvalen.nl/SCHILDERIJEN/Ontmoeting.JPG" alt="ontmoeting" width="490" height="365" /></p>
<p style="text-align:center;">Gemakkelijk ging het niet. De Anth' vorderden maar langzaam langs de helling die dan weer eens steiler werd en dan weer wat vlakker. Het lopen ging moeizaam omdat ze allemaal één voet laag en één voet hoog moesten zetten. Kalam en Tugor speurden inmiddels de rand van de helling af om te zien of de vreemde mannen, de vogelgrijpers, zich vertoonden. Waarschijnlijk hadden zij de Anth' niet waargenomen want het bleef bovenaan de helling stil en leeg. Daarom besloot Kalam dat ze naarboven moesten klimmen op een plaats waar de helling minder steil was. Er scheen geen gevaar te dreigen.</p>
<p style="text-align:center;">De grond had hier een soort geul gevormd, misschien doordat er van tijd tot tijd water doorstroomde. Nu zag Kalam ook dat de wezens zoals nagelvallen, die ze "ba'em" hadden  genaamd ook onder de grond nog staken hadden. Ze staken bij de geul zo nu en dan naarbuiten en Kalam en de zijnen moesten uitkijken er niet over te vallen. "Ba'em" was het woord dat de Anth' gaven aan onverzettelijkheid, onbewegelijkheid en de nagelvallen, oorvallen en andere wezens bleken onverzettelijk te zijn. Ze bewogen alleen met de wind mee.</p>
<p style="text-align:center;">De klimtocht naarboven viel nog niet mee. In de geul ging de helling soms heel steil omhoog en dan moesten de mannen en vrouwen de staken van de ba'em gebruiken om zich vast te houden. Soms pakten ze zich ook vast aan grote brokken blauw ijs. De brokken voelden niet koud maar van tijd tot tijd zelfs warm aan en Oedar begon dan ook te begrijpen dat zijn twijfels altijd terecht waren geweest. Blauw ijs was geen ijs, het was géén bevroren water al was het wel net zo hard.</p>
<p style="text-align:center;">Kalam en Tugor kwamen als eersten boven aan de rand van de helling en keken om zich heen. Na'Anth voegde zich zo snel mogelijk bij hen en even later volgde Oedar. De overigen klommen op hun gemak naar boven. Kalam wees in de richting waar vandaan ze gekomen waren en daar zagen zij hoe de nevel die ze al eerder bij de vogelgrijpers hadden gezien nog steeds omhoog kringelde. Ze zagen ook hoe de mannen heen en weer liepen en een enkele keer bereikte een flard van hun geschreeuw hen. Het waren harde, felle keelklanken. Heel anders dan de geluiden die de Anth' zelf altijd voortbrachten en die zacht maar kort klonken. De vogelgrijpers schreeuwden ook veel meer tegen elkaar, hele verhalen leken ze te houden terwijl de Anth' meestal zwijgzaam waren.</p>
<p style="text-align:center;">Kalam besefte dat zij de vogelgrijpers konden zien maar dat het omgekeerde ook het geval zou zijn. het verschil was dat de vogelgrijpers zich nog helemaal niet bewust waren van de aanwezigheid van de Anth'. Zij meenden onbespied en eenzaam in het landschap te zitten maar op een goed moment zouden zij toch iets van de nieuwkomers opmerken. Dan moesten hij en zijn kameraden daarop voorbereid zijn. Tugor was inmiddels een klein eindje naar beneden gelopen om te kijken of de laatsten ook al bijna klaar waren met hun tocht naar boven. Daar begon het nu naar uit te zien. De wagarden deden de laatste stappen. Ondertussen maakte Kalam zich ook zorgen over iets anders. De vrouwen waren in druk gesprek met elkaar en met Oedar. Er was opwinding in de groep vrouwen en A'akanes gezicht toonde verrassing en bezorgdheid. Kalam wenkte haar maar zij schudde haar hoofd. Om één of andere reden kon zij de groep vrouwen nog niet verlaten. </p>
<p style="text-align:center;">Het viel Kalam meer dan anders op hoe mooi ze was. Haar brede gezicht, sterk gevormde lippen en neus en haar felle ogen verhevigden zijn verlangen. Maar wat was er anders dan vroeger? Waarom zag A'akane er nu zoveel aantrekkelijker uit dan eerder? Kalam keek scherper naar haar en langzaamaan brak er een brede grijns op zijn gezicht door. Dat hij het nu pas zag! A'akane had haar dikke, bonten muts afgedaan en haar lange, blonde haar hing in dikke lokken naar beneden. Het maakte haar prachtig en accentueerde haar kracht en haar kwetsbaarheid tegelijkertijd. Het kostte Kalam moiete om te blijven waar hij was maar plotseling zag hij hoe A'akane zich losmaakte uit de groep vrouwen en naar hem toe kwam. Ze glimlachte breed maar onder die glimlach ontdekte Kalam toch een zorg</p>
<p style="text-align:center;">"Mooier kan het niet zijn en ook niet moeilijker", zei ze langzaam. "Een heel stel vrouwen is zwanger. Dat betekent dat we veel nieuw plezier krijgen maar ook dat de tocht langzamer gaat verlopen. Trager en trager... "Ze keek Kalam onderzoekend aan. Kalam slikte en zweeg. Hiermee had hij geen rekening gehouden ook al wist hij dat het bij ed Anth' heel vaak zo was: heel veel vrouwen waren nog al eens tegelijkertijd zwanger en daarna gebeurde er weer een hele tijd niets. Hij had er niet aan gedacht omdat hij meende dat zoiets zich tijdens hun lange reis niet zou voordoen. Toch waren de gewoonten en tradities van de Anth' kennelijk sterker dan het inzicht in de noden. "Ik krijg een echt volk", hij probeerde zijn stem luchthartig te laten klinken. A'akane knikte. "Dat kun je wel zeggen maar kinderen betekent veel zorg en oponthoud." Kalam keek haar zwijgend aan met een vraag op de lippen maar A'akane begon te lachen. "Nee, Kalam, ik  weet maar al te goed hoe je dat moet tegengaan. Ik wist dat je het niet zou willen." Opnieuw slikte kalam en weer keek hij zwijgend voor zich uit. Ik wil het wel", zei hij na een tijdje. De woorden kwamen er langzaam maar krachtig uit. "Van jou."</p>
<p style="text-align:center;">Hij zag nog net hoe het gezicht van A'akane begon te stralen maar een geluid achter hem trok meteen daarna de aandacht. Gespannen keek hij in de richting van de krinkelende nevel. De vreemde mannen waren opgestaan en liepen druk heen en weer terwijl ze opgewonden schreeuwden. Hadden ze Kalam en zijn vrienden ontdekt? Snel keek hij nu naar de vrouwen en Oedar. Daar was de opwinding over de zwangerschap al weer een beetje voorbij al praatten de vrouwen wel heel druk met elkaar.</p>
<p style="text-align:center;">"Ik denk dat je het al gehoord hebt?"vroeg Oedar voorzichtig aan Kalam en die knikte langzaam. "Ja, we moeten de komende tijd extra goed op onze vrouwen passen. Zij moeten maar het tempo gaan bepalen", meende Kalam. "Ik wil ze niet meer inspanning laten doen dan nodig is."Oedar  knikte instemmend. "Ik denk dat je gelijk hebt en misschien moeten we ook wat vaker een echte rommer voor ze bouwen. Daarin kunnen we ze beter beschermen." Kalam bromde goedkeurend en keek ondertussen in de richting van de vogelgrijpers. "Maar op dit moment hebben we denk ik weer een heel ander probleem", zei hij langzaam. "Kijk eens...". Hij wees in de richting van de vreemde mannen. Een grote groep van hen kwam regelrecht op de Anth' af. "Ik denk dat ze kennis komen maken."</p>
<p style="text-align:center;">De vogelgrijpers liepen met stevige pas op de Anth' af. Ze leken zeker van hun zaak alsof ze in hun eigen jachtgebied waren en misschien was dat ook wel zo. Voorop liep de man die Kalam het eerste had gezien. Het viel hem nu op dat de man een korte mantel van dik bruin haar droeg en een lap om zijn benen die tot aan de knie rijkte. Daaronder staken twee zwartbehaarde en bruinig benen uit en aan zijn voeten had de man niet de stevige, bonten laarzen van de Anth'. Het schoeisel was meer gemaakt van dikke repen dierenhuid.</p>
<p style="text-align:center;">Plotseling stond de vogelgrijper stil. Nu viel ook de kleurige band op die hij om zijn haar had geknoopt en de twee glinsterende ringen in zijn oren. De man bleef stokstijf staan en wees met zijn hand naar de grond om vervolgens met zijn duim naar zijn borstbeen te wijzen. Kalam begreep het gebaar. De man liet hem weten dat de grond van hem was. Haast ongemerkt kwam er een stem in zijn hoofd die hem influisterde wat te doen en Kalam kon niet malaten flauw te glimlachen. Hij onderdrukte die glimlach snel omdat hij de ander niet wilde beledigen. Nu liet hij zijn hand rond gaan als of hij alle Anth' stuk voor stuk aanwees. Toen hij daarmee eenmaal klaar was, richtte zijzijn duim op zichzelf. Alsof hij zeggen wilde "ze zijn allemaal van mij". De vogelgrijper glimlachte nu ook en hij wees op de mannen en de loopvoeters om hem heen om vervolgens naar zichzelf te wijzen. Kalam kreeg het gevoel dat het niet meteen tot vechten zou komen ook al had hij de jagers gezegd hun pijl en boog bij de hand te houden. Hij wees nu op de lucht en daarna op zichzelf maar deze keer zag hij een verschrikte blik in de ogen van de vogelgrijpers komen. Zij haalden niet hun wapens tevoorschijn maar groepten onrustig bij elkaar. De leider van de groep boog diep en begon een dansje te maken. Kalam had willen aangeven dat hij van ver weg was gekomen en geen jachtgronden in de buurt had maar wat had de vogelgrijper begrepen? </p>
<p style="text-align:center;">De leider van de vogelgrijpers en zijn kameraden staken nu de koppen bij elkaar en zo nu en dan keken zij onrustig naar Kalam en zijn vrienden. Kalam riep Tugor en Na'Anth bij zich. "Houd ze goed in de gaten. ik denk dat ze mij niet goed hebben begrepen maar waarover we praten, weet ik niet.""We kunnen ze nu aanvallen, nu ze niet opletten", stelde Na'Anth voor maar daar piekerden Kalam en Tugor niet over. "Het is helemaal niet zeker dat ze kwaad in het zin hebben", meende Kalam. "Ik ga me niet als een lafgaard gedragen." Met een kwaad gezicht trok Na'Anth zich terug maar veel tijd om daarop te letten had Kalam niet.</p>
<p style="text-align:center;">De voorste vogelgrijper wenkte Kalam terwijl hij zelf een paar stappen vooruit deed. Daarna wees hij in verte waar ee grote groep be'am  bij elkaar stond. Hij wees op Kalam en op zichzelf en toen weer naar de plek met de be'am. "Ik denk dat hij wil dat we met hem meegaan", ried Tugor. Oedar keek bedenkelijk. "Maar waar naartoe? Hij is hier heer en meester, wij kennen het land en zijn gevaren niet." "ik heb toch gezegd dat we ze moesten aanvallen", riep Na'Anth daar overheen maar de anderen reageerden daar niet op. "Let maar op, straks maken ze ons stuk voor stuk af."</p>
<p style="text-align:center;">Kalam schudde zijn hoofd. "Ik zie geen kwaad in deze vogelgrijpers ook al gedragen ze zich anders en stoten ze walgelijke keelklanken uit. Ik denk dat we hen moeten volgen, misschien kunnen we er baat bij hebben. Misschien kunnen we bij hen zonnedieren krijgen. Als dat...  Een schreeuw die Kalam door merg en been ging riep een halt toe aan zijn woorden. Hij voelde hoe het bloed uit zijn gezicht wegtrok en draaide zich razendsnel op zijn hakken om. Daar dreef een zwarte rookwolk en daaronder waren de zonnedieren te zien, zonnedieren die probeerden Na'Anth te verscheuren. In een flits keek Kalam naar de vogelgrijpers die als versteend waren blijven staan.</p>
<p style="text-align:center;">Na'Anth'schreeuwde het uit. "Haal ze weg, haal ze weg", krijste hij maar de zonnedieren schenen  zich steeds steviger in zijn kleren en lijf vast te pakken. De Anth' schreeuwden en riepen en renden in het rond maar wisten niet wat te doen. Plotseling rende een groep vogelgrijpers op Na'Anth' af. Zij hadden in hun handen een paar zakken van dierenhuid en één daarvan keerden ze om boven Na'Anth's hoofd. Een stortbui aan water daalde over het hoofd van de jonge jager heen. Tugor wilde zijn knuppel grijpen om er op los te slaan en de vogelgrijpers te verjagen maar Kalam hield hem tegen.  Je kunt hem niet helpen....</p>
<p style="text-align:center;">De zonnedieren weken maar de kleren van Na'Anth waren kapot en zijn lichaam vertoonde zwarte plekken. Maar hij leefde nog en Kalam haalde opgelucht adem. "Wij volgen de vogelgrijpers",  besloot hij. "Zij kunnen de zonnedieren temmen en dat wil ik ook leren."</p>
<p style="text-align:center;"><a href="http://www.mythologie.wordpress.com">www.mythologie.wordpress.com</a></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>Service</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>In veel mythologieën is een aparte, belangrijke plaats ingericht voor het gezin. Bij Grieken Romeinen waren het de godinnen Hera en Juno die waakten over de huiselijke haard terwijl hun echtgenoten meer gevoel konden opbrengen voor Aphrodite eof venur, de godinnen van de zinnelijke liefde, de seks ook.</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><strong><em></em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.xs4all.nl/~tateoac/01kennismaking.html"><strong><em>www.xs4all.nl/~tateoac/01kennismaking.html</em></strong></a><strong><em> </em></strong></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.ontmoeting.nl"><strong><em>www.ontmoeting.nl</em></strong></a></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.histoforum.digischool.nl/middeleeuwen/ontdekkingen.htm"><strong><em>www.histoforum.digischool.nl/middeleeuwen/ontdekkingen.htm</em></strong></a><strong><em> </em></strong></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.ikbenopreis.nl"><strong><em>www.ikbenopreis.nl</em></strong></a></span></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span class="a"></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Het geschenk]]></title>
<link>http://mythologie.wordpress.com/?p=128</link>
<pubDate>Sun, 13 Apr 2008 10:38:11 +0000</pubDate>
<dc:creator>politiek</dc:creator>
<guid>http://mythologie.wordpress.com/?p=128</guid>
<description><![CDATA[
 
De droefenis over het nevelen van Zaltmann overtrof de nieuwsgierigheid. Langzaamaan drongen all]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;"><img style="vertical-align:text-top;" src="http://artfiles.art.com/images/-/Toon-Diepstraten/Rising-Fenix-Giclee-Print-C11746728.jpeg" alt="Vuur" width="360" height="450" /></span></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">De droefenis over het nevelen van Zaltmann overtrof de nieuwsgierigheid. Langzaamaan drongen alle mannen en vrouwen rond het levenloze lichaam van de oude grootjager. Deze keer was er zelfs bij de wagarden iets van medeleven te ontdekken. Zij hadden Zaltmann leren kennen als een vriend, een man die hen wilde helpen, die hen ook waardeerde voor de kleine werkjes die ze konden doen. Ze voelden zich verlaten en eenzaam nu hun grote leermeester er niet meer was. Spontaan begonnen ze te graven, een plek te maken waarin het lichaam van Zaltmann kon rusten, veilig achter kon blijven.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Als er één was die de grootjager minstens zo erg miste, dan was het Kalam. Zaltmann was een trouwe steun voor zijn vader geweest en had ook steeds hem als een waardevolle vriend geholpen. Nooit had hij ook maar de minste neiging vertoond om hem te verlaten, ook niet in de periode toen Kalam zelf minder ontvankelijk was voor de adviezen van zijn oude leermeesters. Kalam zou hem missen en hij vroeg zich af wat voor gevaren hij nog zou moeten trotseren waarbij hij de raad van Zaltmann goed had kunnen gebruiken. Hij kon weinig méér doen dan toekijken hoe de wagarden aarde en brokken blauw ijs aansleepten bij gebrek aan ijs en sneeuw voor de bouw van een rommer.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Tugor gaf de wagarden ondertussen aanwijzingen. Dat was maar goed ook want de mannen waren nog steeds niet in staat om op eigen gezag een rommer te bouwen. Het viel Kalam daarbij wel op hoe rustig en vriendelijk Tugor met de mannen omging. Hij zag ook hoe zij zijn aanwijzingen onmiddellijk opvolgden en blij waren met elk resultaat dat ze bereikten. Het was goed te weten dat er opnieuw een jager was opgestaan die ook de wagarden op een goede manier kon aanspreken.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Er was een hele kring van blokken blauw ijs ontstaan. Aan één kant bleef tussen de blokken een wat ruimere opening zodat Anth'die het zouden willen nog bij Zaltmann in de buurt konden komen om een groet te brengen. De wagarden dekten de rustplaats af met het rulle dat op de grond lag, finstof, kluiten en groene wezentjes die zich tussen al dat stof prima bleken te voelen. Voordat de laatste rommer van Zaltmann helemaal was gesloten, liet Tugor zijn stem weer horen. "Wij kunnen hem niet terugbrengen naar de vlakten van sneeuw en ijs", zei hij. "Maar hij zal hier rusten in een vreemde omgeving. We moeten hem iets meegeven op zijn weg naar de nevelen, iets dat hij herkent, iets dat onze band met hem weergeeft."</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="color:#000000;"><span style="font-size:small;"><span style="font-family:Times New Roman;"> </span></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">De anderen waren stil. Kalam en Oedar beten zich op hun lip en vonden dat zij daar eigenlijk aan hadden moeten denken. "Er moet iets zijn waaraan hij herkenbaar is als Anth'", stemde Kalam eindelijk in. Langzaam en met een plechtig gebaar pakte hij één van zijn halssnoeren met de botten en tanden van een rooftand. Voorzichtig kliet hij het sieraad door het laatste gat in de heuvel glijden. Daarna volgden de anderen. Eén van de mannen liet zelfs een zelfgemaakte Zakr'an achter. Het graf vulde zich met geschenken.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="color:#000000;"><span style="font-size:small;"><span style="font-family:Times New Roman;"> </span></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align:center;margin:0;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Het was niet de gewoonte van de Anth' om lang bij een graf te blijven om te treuren. Daarvoor was hun leven altijd teveel verbonden geweest met het heden. Er was een dagelijske speurtocht naar eten nodig. Het rouwen om een verlies deed iedereen in stilte en soms ook helemaal niet. Zo voelde Kalam het ook en hij moest denken aan de zinnen die hij van Panak had geleerd. </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">"Het was nooit begonnen en nooit kon er aan begonnen worden en toch was het er. Het Gamor ziet er op toe dat niets is zoals het is begonnen en alles blijft zoals het eindigen zal." Die woorden klonken hem vertrouwd in zijn hoofd maar hij merkte dat hij ze voor het eerst niet in de "verleden" vorm zei. Het klonk zo wezenlijk, op dit moment, alsof alles wat er ooit zou zijn zich nu afspeelde. De rommer waarin het lichaam van Zaltmann nu rustte, trok zijn gedachten haast naar zich toe alsof de oude grootjager alsnog probeerde bezit vabn hem te nemen. Maar nee, dat was het niet. Kalam voelde hoe gevoel en gedachten wervelend door elkaar speelden en heen en weer gingen tussen de rommer en hem. Eén grote maalstroom speelde zich in zijn hoofd af en hij had het gevoel dat iets hem langzaam de rommer in trok. Dan rukte hij zichzelf weer terug uit de wreedheid van die trekkracht en plotseling begreep hij het. Het waren de geschenken die de Anth'aan Zaltmann hadden meegegeven, die de grootjager ertoe brachten Kalams hoofd te vullen met ervaringen en inzichten. Dat was het laatste geschenk van de grootjager.</span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Een hoge, langgerekte toon wekte hem op uit zijn gedachten. De toppen van de hoogoprijzende wezens die hier uit de grond opkwamen, bogen zich. Sommige groene nagels lieten los en dwarrelden naar beneden maar ze schenen dat niet erg te vinden. Kalam keek nu op van de rustplaats van Zaltmann  en en merkte hoe hoog de groene gevaarten waren en hoe zij als maar hoger leken, naarmate ze verder weg stonden. Aan de overkant van de waterstroom liep de grond steil omhoog en ze was dicht bezet met de hoge gevaarten. Over het water strekten zonnestralen zich steeds verder uit en de lucht was diep en strak blauw. In zijn dikke mantel van roofkoppenhuid kreeg hij het warm, erg warm. Er kwam zelfs de neiging op om de mantel uit te doen maar in Kana'an had hij geleerd dat zoiets alleen maar binnen de veilige muren van het grote huis mogelijk was.</span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Hij keek om zich heen en zag hoe de Anth' langzaamaan van het graf van Zaltmann wegliepen. Ze hadden hun verdriet gehad en de toekomst lonkte. Misschien was het ook gewoon de zucht naar eten die hen verder dreef. Een paar jonge jagers hadden inderdaad hun mantels uitgetrokken maar dat bleek niet een echte bevrijding te zijn. Ze durfden de kleren niet weg te gooien en knoopten de loodzware vracht om hun nek. Dat gaf nauwelijks enige verkoeling. </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Vragend keek Kalam zij beide vrienden, Oedar en Tugor aan en ook Na'anth voegde zich bij het groepje. "We moeten de weg volgen in de richting van Gûl was de mening van de laatste maar Oedar twijfelde en Tugor vroeg zich af of er wel een richting van de zon was. Gûl verplaatste zich immers de hele dag door en je zou op die manier in een kringetje kunnen gaan lopen. Het was de stem van A'akane die Kalam in zijn hoofd hoorde en die hem de weg wees. "Je vader heeft egzegd dat we het water moeten oversteken en de plek met zonnedieren moeten passeren", was de boodschap. Kalam keek in de richting van zijn vrouw. Ze stond met haar rug naar hem toe en keek naar het water in de stroom. Nee, ze was niet bezig hem haar wil voor te schrijven. Het was een natuurlijke stem, zoals die zo vaak de goede oplossing had geboden. Hoewel, Kalam vroeg zich wel af of zijn vader in deze omgeving nog wel raad kon geven. Hij was immers alleen maar de velden van sneeuw en ijs gewend? </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">De stroom was niet diep en ze konden gemakkelijk door het water naar de andere oever lopen. Ze groepten nu samen, verdongen zich zelfs rond de plek waar nog heel kleine zonnedieren vlak over de grond kropen. Toen opnieuw een langdurige windvlaag voorbijkwam, leken de zonnedieren feller te kleuren en zelfs begon een aantal van hem te "dansen" zoals Na'anth het noemde en wat Kalam een leuk woord vond. "We mogen dit mest niet verstoren", meende Oedar. "Zonnedieren zijn niet te eten en we moeten ze laten waar ze leven." Na'anth stootte Tugor aan. "Hoor hem, de oude man van ijs en sneeuw", fluisterde hij. "We hebben toch wel eerder mensen gezien die zonnedieren met zich meevoerden? Waarom zouden wij dat niet mogen doen?" Tugor haalde zijn wenkbrauwen op. Ook hij twijfelde aan de woorden van Oedar maar hij wilde toch horen wat Kalam er van te zeggen had.</span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Hij zag in de ogen van Kalam een aarzeling opkomen maar de uitverkorene  verhief zijn stem niet tegen de woorden van de oude, wijze man. "De zonnedieren zullen tot ons komen, als ze bij ons willen zijn", merkte Oedar nog op en Na'Anth stootte opnieuw Tugor aan. "En daarom zijn ze hier op onze weg gekomen", fluisterde hij maar deze keer wendde Tugor zich af. Het woord van Kalam was voor hem het laatste woord zolang hij de Anth' op nieuwe wegen voerde. Hij schudde kribbig zijn hoofd. "Ik wil er niets van weten", voor het eerst klonk zijn stem kribbig tegen Na'Anth maar deze hoorde dat niet. Nee, hij hoorde iets heel anders in Tugors opmerking.  </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Verbaasdd en verwonderd bleven de mannen en vrouwen nog een tijdlang naar de kleine zonnedieren staren. Ze verbaasden zich ook over de warmte en de blauwe nevel die er vanaf kwam maar ze raakten de hete wezens niet aan. Dat was niet aan te raden ook, hadden ze al gauw begrepen want er kwam meer warmte vanaf dan ze ooit hadden gevoeld. Wie heel dichtbij kwam, voelde zelfs pijn. </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Kalam liep niet snel. In zijn hoofd worstelden nog steeds gedachten en inzichten met elkaar en van tijd tot tijd keek hij om naar de bult met zonnedieren die ze nu achter zich hadden gelaten. Was het wijs en verstandig wat ze hadden gedaan? Hadden ze niet beter tegen Oedars zin in een paar zonnediertjes mee kunnen nemen? Zouden ze hen niet goed kunnen dienen? </span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Een schril gekrijs en woest geschreeuw stoorde zijn gedachten toen hij bijna de bovenste rand van de helling had bereikt. Vlak voor hem daalde een vogel neer, kleiner dan een nevelgarde maar zeker zo grauw en met een kromme snavel in de kleur vande zon. Het dier keek hem met zijn kleine, zwarte ogen venijnig aan. Van tijd tot tijd klapperde het woest met zijn vleugels. Kalam was stil blijven staan en durfde zich nauwelijks te verroeren. Vlak achter de vogel verscheen een man, gehuld in een poepkleurige mantel. Hij had zijn hoofdhaar bij elkaar gebonden zodat het in een lange sliert over zijn rug naar beneden hing. Met éen hand greep hij de vogel bij zijn hals en sleurde hij het dier met zich mee. Had hij Kalam of één van de andere Anth' gezien? Het leek er niet op maar Kalam kon de aanblik van de man met zijn pikzwarte haar niet snel vergeten.</span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">De Anth' waren stil op de wagarden na die rustig met elkaar liepen te praten omdat zij niets van de vogel en de man hadden gezien. Daarvoor liepen zij te ver achteraan. Het was Tugor die hen beduidde dat ze stil moesten zijn. Er heerste een doodse stilte terwijl Kalam en Tugor langzaam verder naar de rand van de helling kropen totdat hun ogen net over de rand heen konden kijken. Op nog geen vijf passen afstand zat een groep mannen, allemaal met dezelfde poepkleurige mantels en lange, zwarte slierten haar over hun rug. Ze droegen een soort bogen en hadden een bundel pijlen op hun rug, net zoals de jagers van de Anth' gewend waren te doen. De mannen zaten rond een heuvel waarin een flink aantal zonnedieren dansten en boven de zonnedieren hingen botten en vlees van een dier. Er droop vocht uit en het vlees werd donkerder en donkerder. De vreemde mannen waren druk in gesprek en één van hen plukte de veren uit een grote vogel. Ze leken de Anth' niet te hebben opgemerkt.</span></p>
<p style="text-align:center;"><span style="font-size:10pt;color:#000000;">Kalam en Tugor lieten zagen het allemaal in één oogopslag en lieten zich toen weer zo stil mogelijk zakken. "Als we ons nu laten zien", zei Tugor zachtjes. "Dan staan we op een smal stuk grond en hebben we alleen de helling achter ons. Als de vreemdelingen kwaad in het zin hebben, kunnen we onze kruisbogen niet eens gebruiken." Kalam knikte. "Het is beter om een stuk langs de helling te lopen en een eind verderop pas boven te komen", de mannen waren het met elkaar eens. Zonder al teveel woorden maar met een paar gebaren maakten zij de andere Anth' duidelijk dat ze niet meteen over de rand zouden klimmen maar pas een eind verderop. De mannen en vrouwen leken onder de indruk al wisten ze niet precies wat er aan de hand was. Stil en terwijl zij voortdurend de rand van de helling in de gaten hielden, zetten ze hun weg voort langs een steeds steiler wordende helling. Niemand had hen nog opgemerkt want de vreemde mannen lieten zich niet zien, zo meende Kalam.</span></p>
<p style="text-align:center;">
<p style="text-align:center;"><a href="http://mythologie.wordpress.com">Http://mythologie.wordpress.com</a></p>
<p style="text-align:center;"> </p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>Service</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><strong><em>De Olympische vlam werd oorspronkelijk door de zon ontstoken in Olympia. Het vuur gold als suymbool voor de volmaaktheid en het streven naar overwinning. De fakkeltocht ontstond ook in de klassiek griekse tijd ook al en had plaats in Olympia.</em></strong></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.loki-game.com"><strong><em>www.loki-game.com</em></strong></a></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.veto.student.kuleuven.ac.be/jg25/veto2522/promethe.html"><strong><em>www.veto.student.kuleuven.ac.be/jg25/veto2522/promethe.html</em></strong></a><strong><em> </em></strong></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"><a href="http://www.athensinfoguide.com/nl/olympic.htm"><strong><em>www.athensinfoguide.com/nl/olympic.htm</em></strong></a></span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;"><span class="a"><span class="a"><span class="a"><span style="color:#008000;"> </span></span></span></span></p>
<p style="text-align:center;">
<p align="center"> </p>
]]></content:encoded>
</item>

</channel>
</rss>
